traduire

maandag 23 december 2013

Laten we af en toe de overvloed terugschroeven....( Marli Huyer)

Aude belde, ze was kerstinkopen gaan doen met Stienus en Gust. Best gezellig, ware het niet dat je op de koppen kon lopen en dat Gust shoppen gewoon haat. Hij begint dan te pas en ten onpas te wenen, zodanig dat één van de twee ouderen buiten moet blijven staan in de stortregen bijvoorbeeld, of in de bijtende kou en dat de andere "haastig" een jeansbroek past, of koffie gaat kopen.
Niks leuks aan.
Aude had nog geopperd" dat Gust ook naar Elly kon deze morgen" ,maar "neen, dat is keileuk met ons drietjes" zei Stienus en dus gingen ze gezellig winkelen.
Aude en ik zijn ondertussen geleerd, volgende keer zetten we Gust wél af bij Elly en shoppen we zoals vanouds met ons tweetjes !

"En dan", zei Aude, "de verschrikking! Banccontact lag plat"
Rijen en rijen superzenuwachtige mensen die vandaag naar de Delhaize waren gegaan in plaats van morgen en dan zoiets...
Even erg voor de kopers als voor de verkopers.
"Maar wij waren al lekker een glaasje wijn aan het drinken bij de Moemoe!".
De moemoe, zijnde Maria, de grootmoeder van STienus die achter hun huis woont, met daarachter de zaak van Stienus'vader en oom.
Gemakkelijk toch ?

Ik las in de krant een interessant artikel van de filosofe Marli Huyer, omtrent " de koopzondagen".
Want nu zullen de winkels in Antwerpen ook op zondag open zijn.
En alhoewel ik kan begrijpen dat het gemakkelijk is om je boodschappen ook op zondag te kunnen doen, zit ik te denken aan al die mensen die op zondag zullen moeten werken en hoe regel je dan de opvang ?
Ik zie hoe Aude sukkelde door nooit een weekend te kunnen spenderen met haar gezin, want op zondag waren ze gesloten,maar op maandag werkte ze weer. Nooit twee dagen na elkaar rust.
En is daar niet jarenlang voor gestreden om die rust te kennen?
Hebben we echt geen nood aan rust en ritme?
En wie wordt daar de dupe van ?
Moeders met kinderen die geen opvang vinden en dus genoodzaakt zullen zijn thuis te blijven ipv te gaan werken: oma's en opa's die op de kinderen zullen moeten letten terwijl dochters en zoons gaan werken op zondag...en dat allemaal om steeds meer te consumeren !!!!

Dat is wat me zo opvalt als ik naar België ga : de overvloed!
Ongelofelijk wat je allemaal kan kopen in België!
En hoeveel minder we hier in het zuiden hebben.
Ik zou alles willen hebben en kopen in ANtwerpen.
Zelfs in de Delhaize vraag ik aan Aude om me de tijd te laten in de rekken te kijken , want wat ik daar allemaal zie !
Neen, dan zijn ze hier zeker 50 jaar achter.

Maar het is hier rustiger.
Kalmer.
Minder stress.
"Hoe deed ik dat vroeger toch allemaal", zei Jan vanmiddag.
Ja, hoe deden we dat allemaal?

zondag 22 december 2013

Le chant des partisans

Vanmorgen op de radio hoorde ik le chant des partisans.
Ik werd er helemaal stil van.
Jan begreep maar niet waarom ik wezenloos voor mij uit zat te staren en de lyrics als het ware "opzoog".
Ik dacht aan Nonkel Georges en aan al zijn verhalen over de weerstand in Aalst, tijdens de 2e Wereldoorlog.
En ook aan Dhr. Evenepoel, onze leraar Frans die eens een gans schoolfeest wijdde aan de oorlog. Hij was een fanatiekeling op dat gebied . Nam ons mee op schoolreis naar Ieper om de soldatengraven te bezoeken, we waren toen zo'n jaar of 16,17 misschien.
Hij organiseerde dat helemaal op zijn eentje.
Dus ook dat schoolfeest en ik herinner me dat we allemaal in jute zakken stonden, een beret op ons hoofd, en dat ik dat lied moest zingen.
Mensenlief.
En gans de familie die daar kwam naar kijken, want DE WEERSTAND !! Ho maar.
En dan denk ik terug aan die avonden , of zondagen die we samen doorbrachten. Al die ongetrouwde broers en zussen en ik daartussen. En er was wel al TV, maar de leukste avonden waren die waarop ze heldenverhalen vertelden van tijdens de oorlog.
Tante Louise bij het Rode Kruis, een vrijgeleide om 's avonds buiten te kunnen gaan.
Mijn grootmoeder bij de sluikpers.
Nonkel Georges als student in de Rechten drukte een krantje.
Twee families Joden waren ondergedoken bij de familie: de familie Stibbe bij Tante Suzanne, de familie Texeira bij Paul in 't gat van de markt.
Dhr. Stibbe was schoenhandelaar-grossist en bij mijn overgrootouders hadden ze een schoenhandel.
Dus elke dag kwam mijnheer Stibbe in de schoenwinkel helpen....
Hun dochter en schoonzoon waren in Breendonck en Tante Louise ging met mevrouw Stibbe elke maand een pakje brengen .
De dochter noch de schoonzoon kwamen levend terug.
Maar de andere familieleden konden na de oorlog terug naar hun huis in Nederland.
Al mijn familie sliep op andere plaatsen: mijn vader en zijn oom, nonkel Georges die niet zoveel in leeftijd scheelden en die sliepen op de Botermarkt. In de kelder stond de drukpers. Tante Louise sliep bij Juffrouw Callebout, waar ik ook een boek zou kunnen over schrijven , mijn grootmoeder boven "madame van de socialisten", tante Suzanne en de familie Stibbe in Erpe , nonkel Paul boven de winkel, Tante Antoinette ook.
Dit allemaal om niet iedereen tegelijk te kunnen oppakken .
Ze hadden fantastische verhalen en ik hing aan hun lippen.
Later droomde ik dan in bed van één of andere heldendaad die ik zou stellen indien het weer oorlog zou worden, want ik herinner me dat er meerdere keren een oorlog dreigde en de tantes en nonkels aan het hamsteren sloegen...
Het was heerlijk om hun verhalen te horen, ik was er gek op en vroeg dikwijls " allez nonkel Georges, vertel nog eens van die keer dat je...."
En na de oorlog kreeg Tante Louise als eerste bezoek van een Duitse krijgsgevangene aan wie ze wekelijks sigaretten gaf in de pupillenschool. Ze werd ook meter van zijn zoon Jurgen en ik herinner me heel goed dat ze elk jaar een bezoek brachten aan de familie, uit dank voor de vriendelijkheid, ondanks de oorlog en de vijandschap.
En ook na de oorlog gingen mijn overgrootvader, mijn ooms en mijn vader ook de familie Stibbe opzoeken.
De butler kwam de deur openen, bracht het bericht wie er aan de deur stond en ze kregen als antwoord " dat meneer bezig was en ze vandaag niet kon ontvangen, maar dat ze gerust in de keuken een kop koffie konden nuttigen".
Naar het schijnt zou mijn overgrootvader geantwoord hebben " zeg maar tegen mijnheer Stibbe dat dat niet vandoen is, we gaan terug naar Aalst ".
En de lessen die je daar dan moest uit trekken.
Tja, er waren veel lessen die je eruit kon leren. Maar één ding was zeker : je mocht de soldaat niet veroordelen omdat hij moest vechten voor zijn land, je mocht niet wraakzuchtig zijn nadat alles afgelopen was, want iedereen kan zich vergissen, en vooral " zie dat jij zo zot niet zijt als wij, en doe dat niet"
Maar ik, ik zag dat gans anders, ik zou zeker hetzelfde doen als zij gedaan hebben.
En dat denk ik nog !

Parole de Le Chant Des Partisans:
Ami, entends-tu le vol noir des corbeaux sur nos plaines ?
Ami, entends-tu les cris sourds du pays qu'on enchaîne ?
Ohé, partisans, ouvriers et paysans, c'est l'alarme.
Ce soir l'ennemi connaîtra le prix du sang et les larmes.

Montez de la mine, descendez des collines, camarades !
Sortez de la paille les fusils, la mitraille, les grenades.
Ohé, les tueurs à la balle et au couteau, tuez vite !
Ohé, saboteur, attention à ton fardeau : dynamite...

C'est nous qui brisons les barreaux des prisons pour nos frères.
La haine à nos trousses et la faim qui nous pousse, la misère.
Il y a des pays où les gens au creux des lits font des rèves.
Ici, nous, vois-tu, nous on marche et nous on tue, nous on crève...

Ici chacun sait ce qu'il veut, ce qu'il fait quand il passe.
Ami, si tu tombes un ami sort de l'ombre à ta place.
Demain du sang noir sèchera au grand soleil sur les routes.
Chantez, compagnons, dans la nuit la Liberté nous écoute...

Ami, entends-tu ces cris sourds du pays qu'on enchaîne ?
Ami, entends-tu le vol noir des corbeaux sur nos plaines ?
Oh oh oh oh oh oh oh oh oh oh oh oh oh oh oh oh...

[ Ces sont Le Chant Des Partisans Paroles sur http://www.parolesmania.com/ ]


"de Joden van Belgïe: uit erkentelijkheid-Les Juifs de Belgique reconnaissants " , de medaille ligt bij mij.

het hazenpad

Vanmorgen is Jan gaan jagen. Hij keek er naar uit. Want het is lang geleden dat hij nog eens twee dagen na elkaar is gaan jagen op het everzwijn.
Het is een ganse bedoening als hij gaat jagen. Eer hij gereed is, man, man,man !
Een vrouw heeft minder tijd nodig om zich klaar te maken voor een party.
Het geweer, en niet om het even hetwelke.
De kogels, en niet om het even dewelke.
De kledij. Regenkledij als het regent, warm ondergoed als het koud is, lichtere kledij als het warmer is. Fluo jas, fluo pet.De juiste bril ( nadat hij zijn nieuwe bril eens tijdens de eerste jacht waaraan hij deelnam verloren was) , zakdoeken, een verrekijker, een stoeltje.
Eten in een frigobox, voor 's middags.
Een fles wijn, een fles water.
Een aftrekker, een bestek, plastic borden en bekers.
Hij moet dan nog brood gaan halen....bij Christian, de bakker.

Heel dikwijls komt hij dan rond 18 uur thuis, bekaf, en als ik vraag : "en, hoe was het?", dan antwoord hij meestal "nog zelfs geen varken gezien !"...

En ik, ik jaag niet.

Vanmorgen ging ik zoals gewoonlijk met "de jongens" wandelen.
Cartouche was in geen mijlen te bekennen, tot Spot en ik plots een ijselijke kreet achter ons hoorden.
We draaien ons om en horen Cartouche- ten minste dat dachten we- komen aangerend in volle vaart.
Maar het was een enorme haas ! Die holderdebolder kwam aangelopen en tussen SPot en mij in , gewoon het pad afrende, om een andere, allicht veiligere vallei op te zoeken.


Spot en ik waren nog maar net van die wonderbaarlijke vlucht van de haas bekomen ,of Cartouche kwam volledig kortademig aangestormd, té laat natuurlijk.
Eén bol frustratie, als je het mij vraagt.
Hij ligt nu uitgeput in de zetel luidop te dromen van zijn haas.

En ik, ik kan weer aan Jan vertellen wat de niet-jager voor mooi wild gezien heeft hier in de vallei!

vrijdag 20 december 2013

De fotogalerij

Onder de zoldertrap heb ik van meetaf aan oude foto's opgehangen van familieleden.
Dat ziet er zo uit ongeveer, met excuses aan mijn overgrootmoeder wiens mooie, fiere hoofd niet volledig op deze blackberry foto staat.
Eén van de minder goeie dingen aan mijn blackberry: slechte foto's.
In Parijs hebben we een demonstratie gezien van de nieuwe Iphone Galaxy! Ja wadde !
Ze hebben met zo'n ding een foto van Jan en mij genomen en er een magneet van gemaakt, het is de mooiste foto van ons twee, bij deze :

Maar goed, het is net iets te duur voor Blance en zijn peerd.
Vandaar , slechte foto's met mijn gammele blackberry.


En elk beeld heeft zijn verhaal. En bij vele beelden weet ik nog precies waar ze genomen zijn en van andere beelden weet ik niets omdat ik ofwel nog niet geboren was, ofwel veel te klein was om het me te herinneren, ofwel omdat ik er gewoonweg niet bij aanwezig was toen de foto genomen werd. Uiteraard.

Een heel rare foto is deze :

Ze werd gemaakt "in opdracht" van mijn betovergrootouders,en rechts staan mijn overgrootmoeder en haar broer of zus afgebeeld en mijn overgrootmoeder houdt een appelsien vast.

Toen ik zo'n jaar of 10 was ging ik op vakantie bij "bonpapa Louvain". Ik weet het, in Leuven spreken ze geen Frans, maar zie, bij ons was dat eventjes anders.
Soit. Hij was een bijzonder intelligent man en al lachend schertste hij " prépares toi, nous allons à Montaigu ".
Ik dacht echt dat we naar het noorden van Frankrijk gingen of zeker naar de Ardennen.
Maar we reden en bleven rijden in Vlaanderen.
Toen hij me het plaatsnaambord wees " Scherpenheuvel" , vielen mijn oogkleppen open. Natuurlijk, Montaigu !

Hij nam me mee in de basiliek en wees me toen op dit schilderijtje dat boven een deur hing .
En hij vertelde dus wie er allemaal op dit schilderijtje stond. Het was een heel mooi schilderijtje, ik herinner het me nog heel goed.
Hij vertelde dat zijn grootouders beloofd hadden een schilderij te schenken aan de Lieve Vrouw van Scherpenheuvel indien hun dochter, mijn betovergrootmoeder zou genezen. En zie, het wonder geschiedde en het schilderij werd gemaakt;
En ik heb er de foto van overgehouden, spijtig genoeg niet in kleur.
Toen ik jaren geleden met Jan naar Scherpenheuvel ging wou ik hem natuurlijk hetzelfde verhaal meegeven. Maar het schilderijtje was verdwenen...

En ook een fotootje van mezelf als kleine hummes met mijn "bonpapa Louvain":

Een ander curiosum is dit:
Je ziet amper nog iets van de kinderachtige tekening en de tekst is zo goed als verdwenen door de zon.
Maar in feite is het een langwerpige papieren serviettehouder, waar je je naam kon opschrijven.
En het komt uit Hotel Interlaken in Interlaken, waar we jaarlijks logeerden, nonkels Paul en Georges, Tante Louise en ik.
En ik moet zo'n jaar of 5 geweest zijn en mijn naam staat er inderdaad op.
En mijn oom Georges tekende mij met een rode bic. En ik weet nog heel goed wat de tekst zei : "ik lust geen koffie, ik lust thee", en daar moesten ze altijd zo vreselijk om lachen.

Een beetje verder een grotere foto van Tante Louise , net na de oorlog , toen ze als rode kruisverpleegster de gewonde soldaten enig soelaas bracht.

Raar hé, dat elke foto zijn verhaal heeft.
Ik hou van foto's met verhalen.

de totaal verkeerde aankoop

Gisteren ben ik totaal onverwachts met Jan naar Cahors gereden.
Hij wou een keukenkastje kopen. Of eerder zo'n roltafeltje waar je iets op kan zetten of waar je iets kan op bereiden, en dan met een lade in en verschillende ijzeren netjes.
Ja, daar had ik ook reeds dikwijls naar staan kijken en dat wist hij.
Dus wou hij me als het ware verrassen door te vragen : "Zin om naar Cahors te gaan en zo'n houten stel te gaan kopen? Ik ben gisteren eens naar de prijzen gaan vragen. Enz enz enz..."

"Bah ja, waarom niet. En gaan we dan meteen daarna iets eten in de Lamparo?"

Allez vooruit, wij weg.

En we hebben de bijzettafel gekocht.
En ze is mooi.

Maar daar waar ik ze wou plaatsen stond een hoge houten IKEA stoel.
Zes of zeven jaar geleden wou en moest ik zo'n stoel hebben.
Vraag me niet waarom, maar ik wou dat hebben.
En sindsdien gebruik ik, of liever gezegd Jan, die stoel éénmaal per maand als ik Jan's haar afknip.
Dat is de juiste hoogte om dat te doen.En je kan hem plooien ook, handig vond ik dat toen!
Maar dat was niet de reden waarom ik die stoel wou.
Nogmaals, ik weet niet waarom.
Sindsdien staat dat ding dus achter een bijzettafel die nu dus vervangen wordt door een heuse mooie nieuwe bijzettafel met ijzeren blad en al.

Thuisgekomen na ons romantisch dineetje, zet Jan de tafel op zijn plaats.
"En nu ga je die stoel die je moest en zou hebben, maar ik weet begot niet waarom, op een andere plaats zetten hé!"

De manier waarop hij dat dan zegt doet me volledig over de rooie gaan.
Hij heeft zo zijn manier van dingen te zeggen, dat wil je niet weten.

Soit.
Ik begin onmiddellijk te steigeren : "die stoel blijft daar staan!".

Lachend liep Jan weg.
En daar stond ik dan.
Ik kon niets anders dan aan mezelf toegeven dat die stoel een miskoop was.
Maar ja, ik kan zo'n stoel toch niet op het groot vuil gaan zetten?

Vanmorgen kwam Geneviève, degene die wel nog werkt om de kost te verdienen .
Ik vroeg haar : " Sauvez-moi Geneviève, où est-ce que je peux mettre cette f... chaise, de telle façon qu'elle est hors de notre vue?"
Zij wist het wel, daar waar de trapladder stond namelijk.
Onmiddellijk het ding op die plaats gezet .

Jan heeft nog niet gezien dat de stoel verdwenen is.
Als hij er straks naar vraagt , antwoord ik waarschijnlijk, mezelf kennende : "Welke stoel?"

donderdag 19 december 2013

Nieuwjaarsbrieven, zou dat nog bestaan ?


Op nieuwjaarsdag werden we verondersteld nieuwjaarbrieven voor te lezen.
Ik heb er nog zo'n paar van toen ik een kind was.
Sommige heel mooi geschreven, andere met inktvlekken op.
Ik herken mijn handschrift niet , van toen ik kind was.
Ik heb nog een atomaschriftje uit de derde Latijnse met Franse vocabulaire.
Wat werden we toch goed onderricht.
Ongelofelijk hoe we dat leerden.
En werkelijk heel moeilijke teksten van Baudelaire, Appolinaire, Rimbaud.
Als je 14 jaar oud bent kan dat tellen.
"Les sanglots longs des violons de l'automne ...."
Allez, dat is toch niet simpel.
En we deden dat.
Dat schriftje is een juweeltje. Waarschijnlijk daarom dat ik het nooit over mijn hart kreeg het weg te gooien.
En dat handschrift, dat herken ik wel.

Vreemd hoe je volledig van stijl verandert als je in de pubertijd bent.

Maar nieuwjaarsbrieven dus.
Ik vond dit oude fotootje met twee van mijn zussen die op zo'n nieuwjaarsdag hun brief aan het voorlezen zijn.

jaja, we gingen eerst naar meme, dan naar tante Louise en Nonkel Georges, Nonkel Paul.
En we kregen cadeautjes navenant.

Zou dat nog bestaan die brieven? Ik vraag het me af.
Daar waren dikwijls zo van die harde zilveren glinsters op geplakt. Ik voel ze nog als ik eraan denk.
En een sleetje , getrokken door rendieren en de kerstman.
Veel sneeuw , en kerstballen.
En die glinsterende glitter.
Mooi.
Heel mooi was dat.
Bestaat dat nog?

dinsdag 17 december 2013

de trotse mama

Aude ging met Gustje naar onze geliefde huisarts in Edegem.
Hij kent Aude van toen ze zo'n jaar of 3 was .
We gingen toen in Boechout wonen en m'n zus had me de "Jawa" aangeraden, een supermarkt in Edegem.
En toen ik mijn boodschappen had gedaan dacht ik bij mezelf: " het eerste huis dat ik voorbijloop met een plaatje "huisarts", wel dat wordt onze huisarts".
Naast de Jawa stond zo'n huis.
En juist toen ik dat zo bekeek, ging de deur van die praktijk open en werd een dame binnengelaten.
En ik volgde haar, want ik wilde kennismaken met die huisdokter.
En de man die de deur openhield was een redelijk gehandicapte man.
Daar schrik je van.
Omdat je je moeilijk een gehandicapte arts kan voorstellen.
En ik ging de wachtkamer binnen en moet tot mijn schaamte bekennen dat ik volledig onthutst zat na te denken of ik zou blijven zitten of niet.
Er kwam een medisch vertegenwoordiger de wachtzaal binnen, een heel opgewekte man , die me vroeg "of de dokter al begonnen was aan zijn spreekuur?"
"Ik weet het niet", zei ik. Want misschien was het niet de dokter die ik gezien had, maar zijn broer, of zijn vader, of weet ik veel.
En toen de deur van de spreekkamer openging en ik dezelfde man ,maar nu met een doktersjas in de deuropening zag staan, keek ik eerst naar de medisch vertegenwoordiger en die zijn mond viel open.
Ik vond het zo erg, ik vond waarschijnlijk mijn eigen reactie beschamend, dat ik heel gedecideerd ( daar ben ik nogal voor gekend) de spreekkamer binnenstapte en kennismaakte met iemand die ondertussen al 30 jaar deel uitmaakt van mijn biotoop.

De eerste keer dat ik Aude meenam naar de dokter, was niet lang daarna.
Ik was bang dat ze iets zou zeggen over de handicap, met kinderen weet je immers nooit.
Maar Aude "zag" niks en toonde haar naakte pop aan de dokter , die haar op de onderzoekstafel had gezet ,samen met haar pop om eerst die te onderzoeken.
Ik herinner me heel goed dat hij haar aanraadde haar pop beter aan te kleden, want dat ze anders een verkoudheid zou oplopen.

En zo bleef hij onze dokter.
Hij was er onmiddllijk toen Philippe overleed .
En een jaar na diens dood stond hij aan mijn deur: "het is vandaag waarschijnlijk een moeilijke dag voor jou, ik kom eens kijken hoe het met je gaat"...
Waar vind je nog zulken dokters.

Aude was zo'n jaar of 8 , toen de dokter op huisbezoek kwam.
We zaten in het kleine salonnetje en plots bekeek Aude de dokter op een andere manier.
Ik dacht "oh neen, niet na al die jaren, ze gaat daar toch niets over zeggen".

"Doet dat pijn dokter?" ,vroeg ze.
"Soms Aude" zei hij .

Hoe kinderen je soms een les leren.

En gisteren ging Aude dus met Gustje naar de dokter. Want ook zij heeft alle vertrouwen in hem.
Hij zat op haar schoot en wees naar speelgoedjes op zijn bureau.
"Auto", zei Gust.
En de dokter zei: "Aude, die heeft "auto" gezegd!!!".
"Ja ", zei Aude, " en hij zegt ook kikker, warm, cacao,melk,koek,papa, mama,vava,mamie,koe,paard..."
"Dat is vroeg hoor, Aude" zei de dokter.

En fier dat ze was, zo fier.
"We doen ons best hé ,mama" zei ze vandaag aan de telefoon en ik "voelde" ze glunderen.

Wijs kind die Aude met haar Gustje.

zaterdag 14 december 2013

en na Parijs naar Brussel

Na een weekje Parijs kwam ik pas twee dagen terug naar huis.
Op de tekenles was het onderwerp "chaos" en je moest verschillende materialen gebruiken en bovendien volume opwekken.
Tja, ik heb me volledig laten gaan.
Met inkt, papier, acrylique,lijm, ijzerdraad, twee schroeven die ik ooit recupereerde uit de wirepull , krantenartikels die de algemene chaos in de economische wereld onderstreepte.
Dit werd het:
Inderdaad, een regelrechte chaos.
En het rare is dat ik sepia gebruikt had, een soort aardkleur en dat het schilderij langzamerhand groen werd.
Karine, de tekenjuf kon het niet geloven.
Wat later op de dag stuurde ze me een sms-je : "il est complètement vert"!
Waarschijnlijk een chemische reactie tussen het doek en de inkt.
Bah, ik vind het niet erg.


En dan hop and away, richting Brussel.
Gustje zien en bijhouden.
Sinterklaas gevierd en veel te veel speculaas gegeten.
Gustje ook.
Hij kan al heel goed 'koek' zeggen.
En tenslotte vond ik dat ik de Meunier verslaving moest in ere houden en ik gaf hem wat chocolade.
Zijn gezichtje!
Hij "versmolt" als het ware met de lekkernij.
Zoals een pudding zakte hij lichtjes in elkaar.
Ik maakte hem duidelijk ( heel duidelijk) dat dit dan "chocolade" was!
Ik nam ook een stuk uiteraard, om hem te tonen hoe lekker ik dat zelf vond.
'Cocola" zegt hij nu.
Toen ik het aan papa vertelde zei hij dat ik hem "onmiddellijk een infuus chocolade "moest geven.
Voilà, bij deze.
Het zit in de genen, niks aan te doen.
Een kleinzoon naar mijn hart!

Gust met Anneke

vrijdag 13 december 2013

l'étoile filante

Zo vlug je naar omhoog schiet in de sterrenwereld, zo vlug kan je een vallende ster worden.
Dat is zowat mijn ervaring in een notedop van de avond dat ik het boek zou 'dédicasseren'.
Ik weet helemaal niet hoe je dat in het Nederlands moet zeggen.
Dus eens in het Frans.
Want.
We hebben geen kat gezien die interesse toonde in ons "oeuvre".
Ik zeg "ons", want zoals het Fransmannen-en vrouwen betaamt is het boek dan plots van iedereen: de groepsverantwoordelijke, degene die de layout gedaan heeft, die die de fouten verbeterd heeft en het heeft nagelezen en tenslotte, zij die in de vereniging verantwoordelijk is voor het uitgeven van boeken...
Daar zaten we dan met ons 5 -en , te staren naar de kopers van vrijdagavond in de trouwens mooie winkel van Detrad , rue Cadet in Parijs-een begrip voor de kenners.
Maar dat ik het niet aan mijn hart laat komen, want wie beleeft nu zoiets in zijn leven? Zeker als je "une vie cachée" leeft zoals ik hier in de Lot?
Neen, neen.
En vooraleer ik me naar de boekenwinkel begaf ben ik de buurt eens gaan verkennen. Want een Vlaming is meestal véél te vroeg op een afspraak en een fransman véél te laat. Vandaar.
En zie, het was een aangename verrassing.
Ik ontdekte eind 19e eeuwse overdekte winkelgalerijen ,en als je dan de straat overstak kon je opnieuw in zo'n galerij lopen.
Heel mooi trouwens ,met antwiek en ouderwets speelgoed, oude boeken, maar ook nieuwe.
Doen, als jullie in Parijs zijn.

De volgende dag zat ik de ganse dag in vergadering en heb ik heel schoon volk gezien, de crème de la crème.
En toen ik daar zo zat, bedacht ik dat dat niks voor mij is zo in Parijs bepalen wat we de volgende maanden zoal gaan doen.
"It all comes back to me now", hoorde ik Céline Dion zingen in mijn hoofd.
Neen, ik zeg het sterrendom bij deze vaarwel.
Ik ben al ster genoeg hier op mijn berg in de Lot.

Zondag hebben we nog iets gedaan wat we nooit tevoren hadden gedaan, Jan en ik.
We gingen naar "le marché aux puces" van St Ouan.
Ook doen !
Tientallen antiekwinkeltjes allemaal samen in wat ik open garages zou kunnen noemen.
ON GE LO FE LIJK !
De ene antiquair naast de andere.
En niet alleen kitch, neen ook hele mooie dure dingen en avant garde meubelen en Napoleon III ( als dat je kan bekoren) en art déco en art nouveau en bauhaus en zo veel dingen die ik ooit al gezien heb maar nooit meer dacht tegen te komen.

We gingen naar de Braque tentoonstelling in Le Grand Palais en kwamen er ontgoocheld uit.
Zelfs als je je ticket online aankoopt moet je nog meer dan een half uur in de bijtende kou staan wachten tot je binnen mag. Dan nog eens zeker 10 minuten om je jas in de vestiaire af te geven en dan kan je je pas echt beginnen te ergeren: er is namelijk véél te véél volk en je kan amper de kunstwerken bekijken.
Ik moest op mijn tippen staan om er een glimp van op te vangen.
En daarbij kwam dat ik maar een paar werken echt de moeite vond. De rest vond ik persoonlijk niet zo mooi.
Té donker, te doods zelfs.
Maar goed, we hebben het gezien.

Veel beter was het op de gratis tentoonstelling in het Stadhuis . Een fototentoonstelling van Brassaï.
Mooi, echt mooi.

En we beëindigden de sterrenreis met een bezoek aan onze Belgische ambassade om onze vingerafrukken te laten maken voor een nieuw paspoort...ze zijn ondertussen al thuis aangekomen .Onze foto's zijn afschuwelijk , en dat zullen we nog zo'n 5 jaar moeten zeggen telkens we hem gebruiken. En later zullen onze kleinkinderen zich kapot lachen als ze onze stomme kop erop zien.
Maar we zijn in orde met onze papieren.
En dat is wat telt, niet?


dinsdag 3 december 2013

In een vitrine in Parijs nog wel !

"Je moet je eigen Connie Palmen schrijven" zei ons Anne me ooit eens.
En zie, zo geschiedde !

Anderhalf jaar geleden had ik mijn hand opgestoken bij de vraag: "wie wil de nationale synthese maken over solidariteit?".
Ik steek heel dikwijls mijn hand op bij de meest onwaarschijnlijke vragen.
Maar goed, ik had het beloofd, zo gezegd zo gedaan.
Het was niet eenvoudig.
Het was een onderwerp dat me niet zo nauw aan het hart lag.
Het was vooral veel werk.
Maar goed, je hoorde me niet klagen.
Ik deed gewoon mijn werk.
Toe de klus geklaard was stuurde ik het door naar Parijs.
Geen antwoord.
Een kleine herinnering mijnentwege, geen antwoord.
Een zestal maanden later, op de jaarlijkse vergadering van de vereniging , zat ik met een piepklein hartje naar de dagorde te kijken.
Ik ging ervan uit dat mijn synthese een regelrechte flop was.
Vol fouten.
Taalfouten en andere.
Ze zeggen hier o zo graag dat ik zo'n leuk accent heb.
Dus, tja, het zou de fatale afgang zijn.
Eén van de eerste punten van de dagorde was :" proposition d'édition de la synthèse de Geneviève Meunier sur la solidarité"
Ik keek het assembleetje rond, bekeek de deelnemerslijst om me ervan te vergewissen dat er misschien wel een naamgenoot van mij zou deelnemen, want dat kon nu toch niet waar zijn zeker ? Ze zouden die synthese gewoon uitgeven.
Een boek?
Ik in een boek?
Ik met mijn naam op een boek?



Maar zo geschiedde , echt waar.
En een paar maanden later kreeg ik een telefoontje uit Parijs.
"Of ik een dagje vroeger naar Parijs zou kunnen komen, de dag voor de jaarlijkse vergadering? Pour la dédicace ?"
En weerom keek ik eens rond mij, om te kijken of die mevrouw aan de telefoon zich nu niet heel erg aan het vergissen was van persoon?

Maar neen, het was de waarheid.
En dus ging ik naar Parijs verleden week en stond mijn boek in de vitrine en al.

En ook dat er "dédicace was op 29/11".

En dat de auteur er ook zou zijn.


En dus heeft Jan een fotootje van die levensgebeurtenis genomen:
Ik, in Parijs , die boeken signeer...Hola, Connie Palmen!



Collection GLFF "Voix d'initiées"
Editions Conform
http://www.conform-edit.com