traduire

vrijdag 7 november 2014

Dupont & Dupont




Ik zat een spelletje te spelen op facebook - één van mijn guilty pleasures waarover ooit meer natuurlijk- toen ik plots een chat zag oppoppen, of hoe zeg je dat ?.
Een Vlaamse dame stelde zich aan me voor, ze woont in het Zuidwesten en ze is fan van mijn blog.

Allez gij ? ,denk ik dan.
Ik ben altijd verbaasd als er een volslagen onbekende me aanspreekt met" ik ben fan van je blog", alhoewel ik daar nu niet verbaasd over hoef te zijn, tenslotte promoot ik de blog zoveel ik kan, ik vind het fantastisch als ik zo'n berichtjes krijg.
Het is niet alleen egostrelend, het is ook stimulerend.
Top zijn natuurlijk Franse of Engelse lezers die zich de moeite getroosten om de afschuwelijke google vertaalknop aan te zetten, boven links op de blog geïnstalleerd...

Goed, de Vlaamse dame dus, stelt zich kort voor , wonende te X, zo'n 40 km van bij mij, en ze had een vraagje over de wonder oogmeester in Montauban en een andere oogarts in Cahors en of ik daar ervaring mee had.
Enfin, van het één kwam het ander en we raakten aan de praat.

Ze woont al langer dan ik in Frankrijk en zij en haar echtgenoot zijn ook wat jonger dan Jan en ik.
En ze heeft ook een blog, maar dat is een besloten blog ...
Mijn interesse was gewekt.
Ah bon? En zou ik die mogen lezen?
Jaaaa...
Zo gezegd zo gedaan.

Naargelang ik de verhalen van mijn blog-collega las , werd ik hoe langer hoe ongemakkelijker.
Het was net of ik was mezelf aan het lezen en ik ervoer het als een soort voyeurisme bijna.

Misschien meer foto's, misschien minder verhalen, misschien minder diepgaand als het herinneringen of gevoelens betreft, maar echt, heel confronterend voor mij.

Iedereen denkt dat hij uniek is en nu besefte ik weer dat dat heel relatief is.
Sommigen hebben hetzelfde leven.
Of bijna.


We houden allebei van Frankrijk, van koken en verse groenten, van brood bakken en buiten leven, van la pierre du quercy, van de Lot, van ons huis, van onze honden, van onze thermomix, van een goed glas wijn, van de apéro, van de mensen hier.


Net als zij baal ik van de administratie, de traagheid, de nonchalence, het niet nakomen van afspraken, EDF, orange , de Saur , om er toch het grappige van in te zien en te beseffen dat juist die verschillen soms de charme van ons gastland uitmaken.




Eén ding is zeker : we zijn zot op de Lot en beklagen ons geen moment dat we er ooit gekozen hebben hier te komen wonen.



woensdag 5 november 2014

Bloesems ?




Dat betekent waarschijnlijk weinig goeds...de eerste bloesems in november...
En vanaf vandaag zijn de temperaturen wat ze normaal horen te zijn in november : ze dalen vertikaal zoals een schietlood , de Behrman brandt overdag -wat betekent dat de ellendige periode van onzekerheid begint, de periode waarin ik om het half uur opsta vanuit mijn zetel, mijn stoel, van achter het fornuis, van boven naar beneden, allez van buiten naar binnen...om te gaan kijken of het vuur nog brandt.

Het was dan ook zo warm dat die bloesems niet anders konden dan tevoorschijn komen . Maar nu zullen ze afgestraft worden door de koude en er zullen geen vruchten aan de pruimelaars hangen volgend jaar.


Het wordt me zo dikwijls gevraagd , wat doe jij met al die pruimen?
Maar zoveel pruimen hebben we nog niet geoogst in feite.

Telkens is er wel iets.

Eerst hebben we de bomen ferm moeten snoeien en dus konden we bijna niets verwachten het eerste jaar dat we de boomgaard kochten.

Het tweede jaar was de oogst verwoest door een hagelstorm.

Dit jaar heeft het in het voorjaar en tot in juli keihard geregend, zodat de vruchten zoveel water opslorpten dat ze openbartstten of rot werden toen we ze wilden plukken.

Tja, telkens is er wel iets, zoals we dat vroeger van de boeren dachten.
Voor die lui is het ook nooit goed, zeiden we toen.

Het vriest te hard.
Het vriest niet genoeg.
Het regent te veel.
Of natuurlijk te weinig.
We sproeien niet genoeg.
Er komt schimmel op de vruchten.

Zucht, wanneer zou het nu eens goed weer zijn voor de pruimen zodat ik kan schrijven dat ik er geen weg mee weet met al mijn pruimen, dat ik pakken gedroogde pruimen in zakken kan doen, dat ik er kan invriezen, dat ik er kan steriliseren in conserven , opleggen in alcohol, dat Jan alcohol kan maken en dat vrienden meedoen, dat ik taarten kan bakken met reines claudes, dat ik pruimencompote kan maken van de présidents en inmaken om later te gebruiken in taarten of bij wild.

Zucht.

Tell me when, when,when ?

maandag 3 november 2014

Moord op een muis




Het was 7.30 u en ik was opgestaan om koffie te maken.
Meestal is het omgekeerd en staat Jan vroeger op dan ik.
Maar niet die dag.

Gezwind sla ik de gordijnen open en ik ga naar de eetplaats.
Net voor het opstapje ernaar toe zie ik iets bewegen.
Licht bewegen.
Niet schichtig waardoor ik me een aap zou verschoten hebben.
Neen, lichtjes.

Ik had mijn bril niet op, want Manou heeft me gevraagd een inspanning te doen en overdag brilloos rond te lopen, wegens voor niets nodig...
Dus buig ik langzaam voorover en ik zie een muis met stofplukjes om haar achterpoten. Haar kopje is naar mij gedraaid en ik vind dat ze grote bolle oogjes heeft.
Ik denk, dat kan nu niet, een muis die niet bang is van mij en die gewoon wacht tot ik haar doodleuk oversla onder aan het trapje.
Ze beweegt weer, langzaam en dan merk ik op dat ze zich probeert te verplaatsen met haar voorpootjes en dat haar achterpoten niet mee willen. Verlamd.

Ohlala, dacht ik, want een muis is één ding, een dode muis in een muizenval is een ander ding, maar een gehandicapte muis , dat is nog iets anders.

Onmiddellijk heb je een soort compassiegevoel. Ocharme dat beestje!
Maar anderzijds wil je ze nu ook niet bijhouden, neen.

Euthanasie , maar op niet zo'n zachte wijze, vrees ik.
Het enigste moordwapen dat ik voor zo'n diertje kon bedenken was mijn slof.
Dus, ze keek me nog eens aan, smachtend om verlost te worden uit deze vreselijke noodsituatie -neen, de honden erop loslaten was geen optie, misschien waren zij zelfs de oorzaak van al die miserie, wie weet- ik nam mijn slof en met één goedgerichte slag sloeg ik ze dood.

Dat maakte van mij een moordenaar op een doodgewone vrijdagmorgen rond 7.32 u.

Ik pleit schuldig.

Toen ik dit monsterachtige voorval aan vrienden vertelde prezen ze me om mijn moed.
Alhoewel ik dat heldengevoel helemaal niet terugvond.
Wat zou jij dan gedaan hebben, vroeg ik een vriendin?
Nou, ik zou ze verdronken hebben!
Verdronken?
Maar allez gij, dat zou ik nu niet gedurfd hebben zie.

Ik hou toch meer van computermuizen,vrees ik.






zondag 2 november 2014

Een bijzonder mooie zondag

Zwany sprak er al zolang over, bijna net zolang als van Andorra...met dat verschil dat we nooit in Andorra geraakt zijn, maar wel degelijk in Saint Antonin de Nobleval.
Het is een middeleeuws stadje dichtbij Gaillac.


De Aveyron kabbelt er doorheen en je kan er in het hoogseizoen heerlijk kanovaren.
Maar daarvoor was het al te laat op het seizoen.
En op zondag is er een heel geanimeerde biomarkt.






Dus, allen daarheen.
Het was nog zo'n prachtig weer, we zouden buiten kunnen eten en natuurlijk gingen we eerst het restaurant reserveren...
Het eerste restaurantje dat we zagen was " Le festin de Babette" en is dat nu toch niet mijn absolute lievelingsfilm "Babette's fest" .

Er waren maar drie tafeltjes meer vrij rond 11 uur, dus was dat even netjes geregeld van Zwaan, we konden op het terrasje zitten, naast de rivier.


De stad was bijzonder.
De markt was bijzonder.
De standjes waren bijzonder.
De gebouwen waren bijzonder.

Het eten was bijzonder bij Babette, hoe kon het ook anders.
Het dienstertje was Vlaams. Hoe bijzonder !

De rosé was bijzonder.
De rode wijn was bijzonder.

En vooral het gezelschap was bijzonder.
Als dat geen bijzondere dag was...

zaterdag 1 november 2014

kerhofblommen


Het wordt kouder, alleszins 's ochtends en 's avonds. Want in de namiddag halen we hier toch nog 24 , 25 graden.
En dat zal nog een tijdje duren.
Maar Jan voelt die koude, denkt aan de novembermaand, zijn geboortemaand en koopt zoals jaarlijks chrysanten .
Ik hou niet van chrysanten. Ik vind dat geen mooie bloem. Al geef ik toe dat het een vol boeket bloemen betreft. Maar neen, ik hou er niet van.


Waarschijnlijk heeft het te maken met één november.
Dat was een verschrikkelijke dag, zolang mijn tante Louise leefde.
Ze was mijn groottante in feite, en ook mijn meter.
En zij ging niet naar het kerkhof, neen, dat deed ze niet.
Ik ging voor haar.
En mijn grootmoeder ging ook niet naar het kerkhof. Neen, dat deed ze niet, het was te koud.
Ik ging dus voor haar.
En ik ging soms voor mijn vader, want die ging meestal, maar als het gesneeuwd had, dan ging hij niet. Neen, dat deed hij dan niet en dan ging ik voor hem.
En ik ging ook voor mij zelf, voor mijn overleden peter, grootooms, pepe.
Want ik was de jongste en ik had geen keus, ik moest wel gaan.

Stel je dus voor dat je de volgende bestelling krijgt :
- één bloempot chrysanten voor meme
- één bloempot chrysanten voor papa
- één bloemstuk voor tante Louise
- één bloemstuk voor mij.


Waar is het probleem?

Je hebt maar twee armen en handen en je kan geen 4 potten en/of stukken enkele honderden meters meezeulen naar het kerkhof in Aalst.
Bovendien is het daar een drukte van jewelste, niet te doen.

Dus ging ik eerst om de stukjes in de bloemenwinkel.
Die zaten in de koffer.
Eens de wagen geparkeerd ( en ik kan je verzekeren dat kon tegenvallen) , dan naar de kramen kijken en de prijzen vergelijken.
Eens je gezien had wat je wou, in de rij gaan staan en pot kopen en betalen.
Naar het graf ( niet meteen aan de ingang uiteraard en als je de eerste keer na een jaar gaat, dan is het ook even twijfelen, je van rij vergissen, lichtelijk beginnen panikeren dat je het niet zou vinden, of dat het weg zou zijn - af en toe kwam dat item trouwens ter sprake bij mijn groottante : haar graf zou levenslang moeten blijven bestaan, voorwaar, ik zeg U !!!!!neen maar !, om het dan opgelucht welzeker terug te vinden , de "familie Eemans-Blondeel" was intact en lag nog samen onder de grijze brede vierkante steen met een smeedijzeren ketting rond ) . Pot afzetten .
Terug naar de kramen. Pot kiezen en kopen en weerom naar het kerkhof.
Pot nummer twee afzetten.
Naar de auto en bloemstuk nummer één halen en naar het graf om het erop te zetten.
En tenslotte, bloemstuk nummer twee uit de wagen halen en voor de laatste keer naar het graf dat ik ondertussen blindelings zou teruggevonden hebben.
Het zag er een beetje zoals dit graf uit:


Het lag op een hoek, als je het centrale pad afliep, en op je rechterhand.
Ja ik weet het nog goed.
En als dat allemaal gepasseerd was dan moest ik verslag gaan uitbrengen bij tante Louise .
Om welk uur was ik er naartoe gegaan en wie had er al een pot op gezet? En wie een bloemstuk?
Het erge was dat haar neven en zussen potten en stukjes zetten met naamkaartjes op.
"Ja tante, Jozef en Rita zijn al geweest, een pot. Neen, geen stuk en Jean Paul en Betty ook, ja, een stuk ,neen geen pot. En nonkel Jef."
En de commentaar daarop dan : " Allez,een pot, dat had nu toch wel wat meer kunnen geweest zijn hé? En die stond er al toen jij eraan kwam om 10 uur. Tja, dan zijn ze dat gisteren komen zetten hé. Waren ze bevroren de bloemen ? ( ook een indice dat ze er niet op één november zelf opstonden) En ze zijn zij niet binnengekomen om goeiendag te zeggen!" Enzovoort, enzovoort !!!

Dan naar mijn grootmoeder, krak hetzelfde scenario.
Dan naar mijn pa bellen, ja hij staat erop.

Begrijpen jullie waarom ik niet van chrysanten hou?
Maar vandaag prijken chrysant en hibiscus samen op één van de terrastafeltjes, want de herfst is alsnog vergeten langs te komen in het zuidwesten, we verwachten hem elke dag...


donderdag 30 oktober 2014

Aude beauté , directrice bij Nutrimetics

Net zoals er hier 10 x meer Geneviève's rondlopen dan in Belgenland, zo zijn er hier ook 10 x meer Aude's.
De Aude van Castelnau die ik ken, had in ons dorp een schoonheidsinstituut en ik ging daar zo'n 6 keer per jaar naar toe om benen en oksels te laten epileren.
Niets zo mooi als gladde benen en oksels als je veel in je badpak rondhuppelt, en nu we een zwembad hebben vond ik dat ik ook op die nogal behaarde plaatsen  moest opgepoetst worden. Voor wat hoort wat.
En dus ging ik naar Aude Beauté in het dorp.
Maar na drie jaar hield ze het plots voor bekeken.
Toen ik haar vroeg hoe dat kwam was haar antwoord dat jonge zelfstandigen de eerste drie jaar van hun installatie subsidies krijgen in de vorm van verlaagde belastingen, huurtussenkomst, enz enz..maar eens die drie jaar afgelopen zijn , wordt het bijna onmogelijk om winstgevend te blijven.

Zo spijtig allemaal, want telkens er een winkeltje of een bedrijvigheid bijkomt zijn we allemaal echt content maar al even gauw verdwijnt de commercie...
Een regelrechte leegloop.

Maar Aude is goedlachs, optimistisch en vol goede moed.
Zoals zo dikwijls bij Aude's het geval is.
Dus werd ze " esthéticienne à domicile".
En ze heeft veel werk, zegt ze.
Ze begeleidt ook nieuwe schoonheidsverzorgsters die de producten ( Nutrimetics ) die ze aan de man  - of aan de vrouw in dit geval - brengt proberen te verkopen bij particulieren, genre tupperware of Mylène eerder .
Ze komt dan aangereden met haar autootje en tovert daaruit een opvouwbare verzorgingstafel en grote metalen koffer en installeert alles met liefde.
En na een half uurtje is ze alweer weg.
Zijn mijn benen glad en kan ik weer fier paraderen in het dorp.
Het lukt haar best en ze glimlacht nog steeds.
Waar een wil is ,is een weg.
Ook in Frankrijk. Een aanrader !



dinsdag 28 oktober 2014

Verstrooid

Hoe verstrooid kan je zijn?
Jan zegt me dat ik tegenwoordig precies heel dikwijls met mijn gedachten elders zit.
Aude zegt me dikwijls als we elkaar zien, dat ik de indruk geef aan iets heel anders te denken dan waar de conversatie over gaat. Of van een antwoord te geven op een vraag die niet gesteld werd.

Ik weet dat dat waar is.
Dat ik heel vaak in het midden van een gesprek "van de hak op de tak" spring en al volledig opga in een woord, een idee, een gedachte en dat zo vlug mogelijk wil communiceren aan mijn gesprekspartner uit vrees dat het verloren zou gaan.
En dat geeft een verstrooide indruk.
Ik denk eerlijk gezegd dat het "de maan in de maagd" is , té kritisch hé.
Wat me niet altijd in dank werd afgenomen in het verleden en wat me nu nog vaak parten speelt ook.
Ik kan zo verbouwereerd zijn over het standpunt van iemand anders dat mijn gezicht boekdelen spreekt. In feite moet ik niet antwoorden , je ziet aan gans mijn wezen dat ik verbaasd ben.
En terwijl de andere tegenover mij ingaat op mijn verbijsterde houding door nog dieper en beter en straffer te argumenteren, gaan mijn gedachten hun eigen weg en zit ik al ergens helemaal anders.

Ik geef toe dat dat voor mijn praatgenoot niet leuk is.
Het geeft de indruk dat ik niet geïnteresseerd ben.
En dat ben ik juist wel,maar misschien niet helemaal zoals de andere het zou willen.

Maar ik dwaal af.

Want wat me gisteren overkwam tart elke verbeelding.

Ik zou geld afhalen bij de Banque Populaire waar ik geen klant ben, maar wel de medewerkers ken.
Maar 's maandags is alles dicht in de Lot-behalve Fredo, waarover later meer.
Dus geen medewerkers, enkel een kaal bankkantoor en dus een automaat.
Bankkaart in, code ( die je hier in Frankrijk niet kan veranderen, wat dus betekent dat als je bij vershillende banken een rekening hebt, je evenveel codes moet van buiten kennen, ik moet er geen tekening bij maken zeker?) invoeren en op "valider" tikken, altijd op "valider " klikken, ook als je in de winkel met je kaart betaalt, of aan het tankstation, "valider?" , "valider!" of het marcheert niet!
"Désirez-vous un reçu?"
Ah ja, want ik ben niet in mijn eigen bank.
"Validez!"
Wat ik doe en ik stap buiten.

Auto in.
Langs Fredo wiens broer buitenstaat en van wiens aanwezigheid ik gretig gebruik maak om vanuit mijn auto te vragen om 5 kg wortelen en 5 kg dikke aardappelen gereed te zetten, want dat ik eerst naar de dokter ga.

Leuk, denk ik, toch leuk, die Fredo.
Tot ik plots besef dat ik geen geld heb, dat ik het geld niet uit de geldautomaat genomen heb!
Ik denk dat ik groen zag...

Ik rijd dus het blokje rond, niet meer dan dat .
Er komt een oudere dame uit de bank en ik steven op haar af.
"Madame, est-ce qu'il y avait de l'argent dans le distributeur lorsque vous êtes arrivée ?"
Heel lief schudt ze van neen en laat ze me haar portemonnaie zien waarin 50 euro zit en haar recuutje ...
Vreemd hé.
En spijtig vooral.
Al een geluk dat ik maar 40 EURO afgehaald heb.
Maar toch zit je daarmee en voel je je volledig idioot.

En verstrooid.

Jan was er natuurlijk niet blij mee.
Waar zit jij toch met je gedachten tegenwoordig? mopperde hij.

Was ik blij dat hij vanmorgen zijn voorschrift voor bloedafname van de dokter thuis vergeten was en ik hem kwam achterna gereden tot in Castelnau !
Waar zit jij tegenwoordig toch met je gedachten, riep ik hem lachend toe met het briefje wapperend in mijn hand !

Verstrooid? Je wil het niet weten.
Toch ga ik morgen eens navraag doen bij de bank, of de automaat- net zoals met je bankkaart gebeurt als je ze vergeet uit de machine te halen- het geld niet terug inslikt...
Je weet maar nooit.


zaterdag 25 oktober 2014

Pastis

Vandaag waren er demonstraties van streekgerechten in de feestzaal. Ik had een uitnodiging gekregen via de bibliotheek, maar Rita had ons ook al verwittigd, aangezien ze beheerder is van het plaatselijke Office de Tourisme.
Allen daarheen, had ik gezegd, want ik wou nu eens graag weten hoe je zo'n lekkere "Pastis" maakt.

Pastis is een taart die uit heel veel flinterdunne laagjes bladerdeeg bestaat, waar appelen inzitten en dat oversprenkeld wordt met Rhum.
Waarom heet het dan Pastis als er helemaal geen pastis aan te pas komt, vroeg ik aan de bakkerin van dienst.
Ze heeft jarenlang een patisserie gehad in het dorp en ik heb die winkel inderdaad nog open gekend en spijtig genoeg zou ik zeggen, weten sluiten.
"Nous ne sommes pas à Marseille" ,zei ze, wat waar is natuurlijk, maar dat was geen antwoord op mijn vraag.
Het antwoord was nochtans eenvoudig.
Oorspronkelijk  maakte men de pastis met een hartige vulling, het was dus een hoofdgerecht voorzien van vlees.
Later werd het opgevuld met appelen en werd het een dessert.
Maar het was dus in feite eerst een pastei , een "pâté" en in het Occitaans noemt men dat "pastis".
Zo simpel als dat.

Maar wat een werk.
Eerst deeg maken en laten rijzen.

Dan uitrekken op een tafel    
waar een katoenen doek op ligt.



Dat moet zo'n uur drogen. Het wordt dan wat "verrimpeld" qua textuur.


Dan overgieten met gesmolten boter en met appeltjes bedekken.

En dan begin je het in de lengte op te rollen. Door middel van het doek.



En als dat gedaan is, rol je het op langs de andere kant.




Dan in een vorm en een uur in de oven.
Eens het uit de oven komt, bedruipen met opgewarmd suikerwater en besprenkelen met rhum.


Heerlijk.
Maar duur.
Natuurlijk kruipt er veel tijd in en je kan er niet veel tegelijk maken, rekening houdend met de plaats die je nodig hebt.
Het zijn dan ook meestal vrouwen in het dorp die de pastis maken voor de plaatselijke banketbakkers en supermarkten, of ze staan ermee op de markten ook.
Het is wel heel feestelijk in feite en lekker.

Er waren ook demonstraties van "pet de nonnes", best te vergelijken met kleine oliebollen en van "merveilles" en dat  zijn dan weer hele dunne plakjes oliebolachtige koekjes. Heerlijk, daar kan je van blijven eten.






Pets de nonnes





Merveilles



Maar alles was al verorberd door de plaatselijke jeugd vooraleer ik  de mand met al dat lekkers kon bereiken. Snif!

Voilà, we weten weeral meer van ons gastland.

vrijdag 24 oktober 2014

Isolatie en andere materialen

Verleden jaar heeft Jan een stukje van de traphal geïsoleerd .
Dat ligt er sindsdien half afgewerkt bij. Een lichtgroene of lichtblauwe - al naargelang wie ze ziet, ik zie ze in het groen, Jan ziet ze in het blauw, dat is confuus maar echt waar - gyprocplaat bedekt de linker kant van de trap.
De rest is in oude houten balkjes en plankjes. Wat mooi is.
De lichtgroene of lichtblauwe ( al naargelang!) gyprocplaat is echter  lelijk.
Maar telkens ik daar iets over zeg, zalft Jan dat weg onder de belofte dat dat nog moet geschilderd worden hé !
Ah ja.
Dat zou alles veranderen !

Maar goed, we hebben het er een jaar lang niet meer over gehad.
Tot gisteren.
Leon, een Engelse aannemer en niet mijn neefje , is bij Adam dakkapelletjes aan het zetten en Jan had hem gevraagd of hij soms een stelling had die hij zou mogen lenen , zodat hij het werk kon afmaken.
Ja , hij had zo'n stelling en ja hij mocht die lenen.
Maandag zou hij ze komen brengen.
Ik dacht dat ik dus nog een paar dagen had om Jan op andere ideeën te brengen.
Want ik zie dat niet zitten dat lichtgroene plaatgedoe op de trap.

Een Engelsman is echter geen Fransman - al zou dat in casu voor één keer wel handig geweest zijn !- en dus stond Leon hier al vanmorgen met die stelling...
Biertje uitgeschonken, wat saucisse erbij , de apéro quoi !.
Jan zei dat hij Leon wel een tegendienst kon bewijzen door hem wat dakpannen aan te geven voor de dakkapelletjes .
Hij vertrok.

Na de siësta vroeg ik aan Jan wat hij nu in feite zinnens was te doen ? EN dat ik het niet zag zitten dat hij op zo'n macabere stelling zou kruipen en dat ik door mijn nekoperatie niet naar boven kan kijken en hem dus niet kan helpen enzovoort enzovoort ...
Stop met zagen, zei Jan. Je moet immers niet helpen.

Hij begint de stelling op te zetten en ik zaag verder, nu enigszins luider : dat het kei lelijk gaat zijn en dat die balkjes mooi zijn en dat ik dat niet zie zitten een lichtgroene - neen blauwe roept hij !- 't kan mij niet geven welke kleur ze heeft, roep ik hem na! 't is lelijk!

Ja maar , 't is voor de isolatie!

Kom mee naar boven, vraag ik hem. Waarom isoleer je dat niet via de andere kant?

Stilte.
Grote stilte.

En is dat dan niet eenvoudiger en mooier tegelijk?

Stilte , grote stilte.

Ik heb niet aangedrongen.
Soms zwijg je beter.
De stelling hebben we teruggebracht naar Adam's huis.
De planken ook.
En als het binnenkort begint te regenen zal Jan dat traphalletje eens langs de binnenkant isoleren, denk ik, hoop ik.

Héhé!
Netjes afgehandeld.

woensdag 22 oktober 2014

Eikel !



Tijdens de jacht op de ree, dinsdagmorgen, zei Raymond dat hij nog nooit van zijn leven- de man is inmiddels 70 jaar, soixante dix voor de Franse, septante voor de Belgen, maar even oud als je het mij vraagt dus- nooit van zijn leven dus, zoveel eikels gezien heeft.
Ik heb het over eikels die van de eikenbomen vallen, en niet over andere eikels.
Honderdduizenden eikels petsen, kletteren, knetteren,  kloppen, beuken in op vensters , slaan tegen het opgestapelde hout, geven een salvo af op de daken dat het niet mooi is !
Als we 's morgens gaan wandelen, dan staan we soms verschrikt stil omdat we denken dat er een ganse groep jagers aan het schieten is op klein wild.
Zo luid !
En Spotje zijn staart hangt tussen zijn poten en we krijgen hem met geen stok of met lieve smoezen vooruit: neen, hij sluipt stilletjes terug de berg af, recht naar huis, zo bang is hij.

En toch zijn het geen jagers, gewoon het geluid van eikels.












Als je de trap afdaalt als je van het zwembad terugkomt
dan glijd je er zowaar op uit. Het is echt gevaarlijk.

Naar het schijnt zijn everzwijnen gewoon gek op eikels.
Ze zullen dus hun reeds dikke buiken rond eten en weinig beweeglijk zijn. Je zou denken dat zo'n everzwijn traag is, rekening houdend met zijn gewicht, maar niets is minder waar. Dat kan verdomd heel hard en rap lopen. Dal in en dal uit. Bangelijk !

Maar, zo zegt Raymond, als er zo veel eikels zijn, dan eten ze veel, zijn ze trager én gevaarlijker, want agressiever. Waarschijnlijk omdat hun overgewicht hen belet vlug te vluchten.


Dagelijks moet Jan het rolluik van het zwembad stozuigen. Het wordt tijd dat we tijd maken- echt waar- om het zwembad winterklaar te maken. Zo kan het niet langer. Nutteloos werk en het wordt kouder, de temperaturen zijn vandaag wat je kan verwachten in het zuidwesten: nog 20 graden overdag, maar 's nachts beduidend frisser. Zwemmen zit er dus niet meer in.



Jan heeft nog vlug een vloertje gelegd boven het technisch lokaal van het zwembad, dank zij onze vrienden die toch niet wisten wat ze met die paar tegels moesten aanvangen.

't Is proper!
En chique.
En "af".

Het wordt elk jaar beter.



Spijtig dat we het een paar maanden zullen moeten missen !