traduire

woensdag 26 december 2012

een "zinvolle kerst"

De Kerstboom Nel had ons gevraagd om dit kerstfeest zin te geven.... Ze is er wel niet en dat vinden we heeeeeeeel spijtig , maar toch zinderde de gedachte door en vandaar een klein stukje over 'de kerstboom' . Midden december zetten we jaarlijks onze kerstboom op, we versieren hem met slingers en veelkleurige bollen. Het is een feestboom, een vreugdeboom. Van waar komt de kerstboom? Wat betekent hij? Wat blijft er over van de traditie? Wat brengt hij ons tegenwoordig? Waarom blijven we die traditie in ere houden? Dat zijn de vragen die ik me heb gesteld en waar ik jullie wil over onderhouden deze middag. Kerstmis terugvoeren naar naar 25 december alleen is niet mogelijk. De boom wordt meestal tevoren opgezet en hij blijft ook meestal staan tot even na Nieuwjaar. De heidense periode van de kerst begint bij Allerheiligen begin november , wordt gevolgd door het winterzonnewendefeest om te eindigen in de kerstnacht. Het feest gaat verder op 1 januari onder de maretak en eindigt op 6 januari, datum waarop het betaamt alle herinneringen van die dagen te verwijderen, de dennennaalden die aan de voet van de boom gevallen zijn op te vegen en te wachten op de zomerzonnewende. De christelijke kerst begint bij de Advent ,die overeenkomt met de vier weken voorafgaand 25 december . In Duitsland wordt op 11 november ST Maarten gevierd en de feestperiode eindigt de tweede zondag in januari , op Driekoningendag. Vele rituelen vieren de overgang van de duisternis naar het licht. Laten we de oorsprong van die rituelen eens van naderbij bekijken. In Rome leidde het feest van Saturnalia naar de winterzonnewende. Deze festiviteiten werden gevierd ter ere van de God Saturnus , de God van de groei , van het zaad en van de wijn, equivalent van de Griekse God Chronos en van zijn vrouw, de Godin van de Aarde Opis. Het waren echte festijnen en de huizen waren versierd met groene planten . De slaven kregen dezelfde rechten als de vrije mensen . De Saturnaliën doelden op de ommekeer van macht : Saturnus gooide zijn vader Uranus van de troon om later op zijn beurt van de troon gestoten te worden door zijn eigen zoon Jupiter. Bij de Kelten , de Germanen, de Slaven vinden we die Saturnaliën ook terug. Na het feest van de doden begin november stelt de mens vast dat de dagen verontrustend lang beginnen worden. Eind december wordt de zonnewende gevierd , feest van het Licht met de hoop op een vernieuwde natuur. In Egypte herdacht men op 6 januari de geboorte van Horus, ook de nieuwe zon genoemd. Nadat Isis vele tranen had vergoten bij de dood van haar man, de zonnegod Osiris , viert ze daarna de geboorte van haar zoon. Het was een moment waarop de zon gevierd werd gedurende 12 dagen. De Katholieke kerk begreep het belang van deze periode en nam gewoonweg al deze heidense feestdagen over . Op 25 december vieren de Christenen de geboorte van Jezus. Deze datum werd heel laat gekozen door Rome. Het was Paus Julius de Ie die in 376 na Christus deze datum uitkoos. Tevoren werd de geboorte van Jezus gevierd op de 6e januari, dag van Driekoningen. 25 December werd ook gevierd door de cultus van Mithra , in die tijd een grote concurrent van de katholieke kerk , die op die dag de Zonnegod vierden, Sol Invictus. Het ging zelfs zo ver dat Rome gewoonweg Jezus uitriep als Sol Invictus, de onoverwinnelijke zon. Het gaat hem dus meer om de viering van het Licht, van de dagen die weer langer worden, van de groei en bloei van alles in de natuur. In de Noorderse landen viert men Yul, en destijds ging men een groot blok hout halen die de meester des huizes tijdens kerstavond in de open haard gooide, er olie , zout en wijn op uitgoot en er werd gebeden. In sommige gezinnen waren het jonge meisjes die de houtblok aanstaken met weefsels van het afgelopen jaar . Eenmaal dat de grote open haarden verdwenen, verdwenen ook die gewoontes. De grote houtblok van weleer maakte plaats voor een veel kleiner exemplaar, waar soms kaarsen op werden gezet en groen en die dan in het midden van de tafel preek, om later de ons alom bekende kerststronk als dessert te worden? Patisserie met groene marsepeinen bladeren en suikerrozen. Dat is één van de oorsprongsverhalen van de kerstboom. Een boom die versierd werd en nadien in brand gestoken werd door de mensen, om zich te doen vergeven door de Goden van wie ze het vuur hadden gestolen. Maar zoals bij elk symbool zijn er meerdere lezingen nodig. Want men vindt de kerstboom ook terug in alle Indo Europese volksstammen. De Grieken en later de heidense ritualen van de zonnewende versierden ook een boom , symbool van het leven , met fruit , bloemen en graan. De eik was bij de Druïden een bij uitstek symbolische boom in oud Gallië . De Kelten vereerden hem en versierden hem met rode gouden appels die het heilige vuur symboliseerden , het leven en de vruchtbaarheid. In de XIe eeuw beelden de Christenen scènes uit van de Mysteriën, waaronder het mysterie van het paradijs . Ze deden dat in het voorhof van de kerk en dikwijls was de boom van het aards paradijs een dennenboom versierd met rode appels. Maar een boom moet het bos niet verstoppen, het kerstbomenbos. Het is in de Elzas dat we dus de oorsprong van onze traditie moeten gaan zoeken. Van in de XVII e eeuw werden de huizen versierd met dennenbomen met kerstdag. De boom werd versierd met snoepgoed, rode appelen en roze papieren rozen, een boom die uit de Vogezen kwam . De boom verzinnebeelde de rijkdom en de geschenken die de natuur ons geeft. Maar vanaf de Xe eeuw versierde men reeds huizen met groene bladeren in de kerstperiode. De katholieke kerk nam de traditie weeral over en introduceerde de kerstboom, immer groene boom, getuige van het eeuwige leven. In de kerk en op kerstavond werd hij boom van kennis, een grote kaars brandde in zijn kruin. Zo werden twee symbolen verenigd : die van het leven en die van het licht. Maar die traditie veroorzaakte dikwijls brand en de kerstboom werd uit de kerk verbannen. Na de oorlog van 1870 werd zijn gebruik veralgemeend, alhoewel de kerk de boom beschouwde als een heidens rituaal . De boom werd dus lange tijd niet meer gebruikt, in Italië, Spanje, landen die heel katholiek zijn. De Angelsaksische landen en de Scandinavische landen hebben daar geen probleem mee en dus werd de kerstboom een essentieel element van het kerstgebeuren. In het zuidelijke halfrond wordt de dennenboom vervangen door de pohutukawa waarvan de rode bloemen ontluiken rond de kerstperiode. In Rusland was de kerstboom verboden want daar voerde men een antireligieuze politiek tot in 1934. Daarna mocht hij enkel staan als symbool van het nieuwe jaar. Hoe het ook zei, als we aan de kerstboom denken, denken we aan pakjes, met versieringen die variëren zoals mode .Er wordt een ster in de kruin geplaatst, voor de Christenen een herinnering aan de ster van Bethlehem die de drie koningen de weg getoond heeft, maar die vijfpuntige ster is ook symbool van de volmaakte mens. ( Da Vinci) Dus is het bijna niet mogelijk van kerstmis te spreken zonder te spreken over cadeautjes, eerst opgehangen aan de boom zelf, om later bont gekleurde pakjes te worden die onder de kerstboom worden geplaatst. Op het einde van de Saturnalia feesten hadden de Romeinen ook de gewoonte van pakjes uit te delen, vooral aan de kinderen. Tegelijkertijd offerde men aan de godin Stenia in Rome in hout uitgesneden voorwerpen, strenae genaamd. ( étrennes) . Deze voorwerpen werden begin januari geofferd , maand ter ere van Janus, de god met de twee gezichten ,één naar achter gekeerd en één naar voren, het verleden en het heden. God van de overgang, hij ziet het licht terugkeren. Onze kerstboom , onze lichtboom, is genereus en nodigt ons uit feest te vieren. Om ons in familie en vriendenkring terug te trekken, om broederlijk samen te komen en het kerstmaal te delen. Het is een moment van het elkaar terugvinden, soms een moment van verbroedering, van uitwisseling, van attenties, van lief zijn voor elkaar, een moment om zijn hart open te stellen, de andere te ontvangen, de eenzame uit te nodigen, degene die vergeten wordt erbij te hebben, om over de afwezige te spreken. Het komt ons individueel en collectief toe de mythe van de lichtboom aan te wakkeren en de natuur en de kennis in harmonie te herleiden. Laat ons dus de kerstboom verlichten, of het nu een boom van vuur is, een boom van leven, van kennis, dat hij schijnt en ons hart verlicht in het diepste van de nacht, laten we de zonnewende vieren, het begin van de overwinning van het licht op de duisternis, laat ons het ST Jan vieren, St Jan de Evangelist, degene die ons een boodschap van hoop en liefde gebracht heeft. Zo zullen we daadwerkelijk kinderen van het Licht worden om een betere wereld te maken en dat onze boom tussen hemel en aarde de boodschapper moge zijn van al onze wensen en onze betrachtingen. Laten we dus het glas heffen op al degenen die ons dierbaar zijn en al degenen die ons dierbaar waren en er niet meer zijn ! Buvons ! Ik heb gezegd . Geneviève 25/12/2012, bij Zwany en Rick, met Jan, Caroline, Constant, Gio en Emilio

kerstinkopen

Maandag was het een drukte van jewelste. Vrienden van Jan zijn komen helpen om de gastenbadkamer te isoleren. Dat was vrij onverwacht en daardoor is mijn planning helemaal in de war geraakt. Want 's morgens zou ik naar de markt in Caussade gaan om bij de plaatselijke slager mijn twee gereserveerde soepkippen te gaan ophalen en nog wat cèpes (eekhoorntjesbrood) en aardappelen enz om vervolgens naar de U-winkel ( Jan bootst mij graag na als ik 'u-winkel ' zeg. Hij vindt 'U' immers genoeg ) te gaan en daar zou het waarschijnlijk wel druk zijn. Inderdaad dus. Parking bijna volledig volzet. Dus stuif ik onmiddellijk naar het viskraam, want de Fransen hier zijn gek op oesters en crevettes en ik had al zo'n vermoeden dat er een lange zij wachtenden voor mij zou staan. Zo geschiedde ! Ik zet mijn verstand op nul en schuif mee aan. Achter mij een ouder koppel. De man zucht bij het zien van de rij voor hem. Hij laat de kar in de steek, de vrouw zucht nu. De man doet teken, hij heeft ietwat verder garnalen in een doos gevonden en vindt waarschijnlijk dat er niet meer moet gewacht worden. Hij blijft grote armbewegingen maken en de mevrouw geeft te kennen dat ze haar kar niet in de steek kan laten want dat ze anders haar plaats verliest. Ik heb het in de gaten en zeg haar dat ze gerust kan gaan kijken, ik zal haar plaats houden. Ik kijk achterom en de jongeman die daar staat knikt lachend dat het ook voor hem goed is. De man toont de doos garnalen aan zijn vrouw, zij schudt meewarrig haar hoofd. Neen, ze moet aanschuiven om losse garnalen te kopen, versere en ze moet trouwens oesters hebben ook.... Ze komt terug en schudt nogmaals haar hoofd. " Ik heb de mijne thuis gelaten", zeg ik. De mevrouw schiet in de lach en ze zegt "tja, soms is dat beter ja, zeker op een dag als deze. " "TJa," zeg ik." Ze duwen eerst je kar, dan zijn ze foetsie en sta jij met de producten in de hand naar hen te wachten, dan komen ze terug met dingen in de kar die je absoluut niet op je boodschappenlijkst hebt staan, als jij iets in je kar stopt vragen ze meteen' we hebben nog mosterd hoor! ' of 'heb je dat echt nodig?' of ook nog ' 't was te peinzen dat je dat zou komen!'. Kortom Leuk ! Ergernis alom" "Dat herken ik helemaal "zegt die mevrouw. "Spijtig dat we niet zonder kunnen hé ?" "Vraiment dommage " zegt ze. Het is aan mij en ik kan verder boodschappen doen. Naar huis rijdend, nogmaals mijn middagactiviteiten en revue passerend: eerst de kippen opzetten, dan aardappelen schillen en puree maken, dan spruiten voor ons kerstmaal vanavond, dan het vispannetje voor morgen, dan de kip etc etc... Thuisgekomen en de mannen zijn bijna klaar. Eens dat zo is moet er uiteraard geklonken worden op de goede afloop van de werken. "Op een rappeke" zegt Wim, want Wim is altijd gehaast. We zitten onder de auvent en ik bedenk dat het toch zalig is hier in het zuiden: 24 december in onze T shirt bij 19°C...en meer moet dat niet zijn. Ik begin te koken en 's avonds kraken we een overheerlijke fles wijn met ons twee. Kunnen jullie geloven dat we allebei om 21.30 u in slaap gevallen zijn op de zetel... Niets te doen hé in het zuiden...

zondag 23 december 2012

Demaciado !

Té veel ! Soms heb ik de indruk dat ik onderhevig ben aan té veel indrukken. Zoveel indrukken dat ik niet weet welke indruk ik zou uitkiezen om erover te schrijven. Indrukken die aan elkaar verbonden zijn of los staan van elkaar. Springend van de hak op de tak, van gevoel naar gevoel ,van mens naar mens, van gebeurtenis naar omstandigheid , van zwart naar wit gaand over grijs uiteraard, want de voegen van de mozaieke vloer zijn het allerbelangrijkst... Zo ben ik een weekje in Belgïe geweest en voor het eerst in lang heb ik dat stil gehouden. Nu Gust er is weet ik immers niet wat er exact van mij verwacht wordt in mijn nieuwe status van 'mamie France'. Is het de bedoeling dat ik Gustje dagelijks naar de oppas breng en hem ook terughaal? Of niet? Of is het een week waarin Gust helemaal niet naar de oppas zal gaan? Zal zijn moemoe hem ook in die week een dagje bijhouden, of neem ik dat over? Zal Aude 's avonds met Stienus eens uitgaan en houd ik Gust ondertussen bij? Kortom, ik wist het niet. Ik wist niet hoe Aude mijn korte week gepland had en wanneer ik vrij zou zijn. Vandaar. Schuldgevoel denk ik achteraf, schuldgevoel dat ik er niet ben om op hem te letten, maar wel beseffend dat indien ik in Belgïe zou gebleven zijn, ik nog zou werken overdag en er toch niet zou zijn voor de kleine man. Vandaar. Stilletjes, heel stiekem naar Belgïe zoals jaarlijks in december, om Dr Becq weer te zien en te hopen dat alles onder controle is op geneeskundig vlak. Maar zie, het verliep vlotter dan verwacht. Gust ging 's morgens naar de oppas met of zonder mij. Hij werd of door mij of niet opgehaald, de moemoe was er , en samen hebben we ook een leuke dag in de stad gehad. Dus heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om dingen te doen die ik anders niet doe : eens met een andere vriendin afgesproken, naar Keulen geweest met mijn zus en een prachttentoonstelling bezocht van David Hockney, de moeite en aangezien we in de creatieve les op dinsdag volledig in de ban zijn van die kunstenaar was dat een unieke gebeurtenis. 's Avonds lekker bij Aude vertoeven , samen in de zetel , met of zonder Gust. Maar dus is er een tijd vòòr Gust en een tijd nà Gust. En die tijd nà Gust is heel intensief. Het ventje kan bijzonder goed zijn keel openzetten. En dan weet je helemaal niet meer wat doen of beter gezegd dan weet ik helemaal niet meer wat doen. Ik kan me ook niet meer herinneren hoe ik het vroeger deed? Of Aude ook zoveel weende? Ik weet het niet meer. Waarschijnlijk niet, want Ingrid, de andere moemoe herinnert zich wel nog heel goed hoe hard Stienus weende, zo hard dat ze hem op zolder gelegd had tot de buren kwamen bellen om er haar attent op te maken dat haar kind weende...wat ze natuurlijk wel wist... neen, ik weet het niet meer. Wat ik wel nog weet is dat ik heel kleine babys niet zo leuk vind. Leuk is wel als ze je doen smelten met hun lach en Gust kan ook heel goed lachen, schateren zelfs, leuk is ook als ze heel warm en dicht tegen je aan liggen om hun melk op te drinken of gewoon om gewiegd te worden, maar eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik veel liever grotere kinderen heb. Kinderen die er iets uitflappen, of die je boos maken of die je hard doen lachen, iets groter dus en het wordt nog beter. Volgende week komen ze alle drie naar hier en Jan is druk doende met het isoleren van de gastenbadkamer opdat Gustje het warm zou hebben. Zo levert hij ook zijn bijdrage aan het kleine ventje. ZIjn pakje ( zeg maar pak) staat al gereed onder de kerstboom . benieuwd wat hij daarvan zal vinden...

maandag 3 december 2012

koning winter

Toen ik eergisteren naar Caussade reed en benzine tankte, zei de jonge man in het 'betalingskotje' ( je kan hier met bankcontact betalen-meer en meer zelfs- maar op de meeste plaatsen betaal je, zoals bij de Mc Donalds of een andere drive-in , aan het daartoe bestemde loket) " il fait caillant ! Demain il y aura de la neige". Ik kon dat moeilijk geloven, maar er was inderdaad een koudegolf voorspeld. " Si, si madame, demain lorsque vous vous réveillerez, il y aura plein de neige". Zover is het niet gekomen, maar vanmorgen dwarrelde de sneeuw toch in hele kleine vlokjes naar beneden. De sneeuw is niet blijven liggen en heeft plaatsgemaakt voor serieuze regen. En het is heel koud. Ik ben op slag brood beginnen bakken, stel je voor dat je de helling niet kan oprijden en niet naar de bakker kan... Eind deze week komen onze nieuwe Belgische vrienden Marc en Vera en ook Willy en Nicole naar hier afgereisd...naar de kou spijtiggenoeg. Maar Marc wil jagen en Willy is gewoon al lang blij dat hij kan uitrusten, dus de kou zal geen probleem zijn. Winter betekent echter een moeilijke periode , want door ons verwarmingssysteem kan je moeilijk meer dan zes uur weg. En zes uur is al wat lang in feite. We verwarmen met een Behrmann systeem, ook gekend onder de naam 'Polyflamme'. In onze oude , grote Cantou ( je zou in deze open haard kunnen rechtstaan) zit een andere schouw en een bak waarin de houtblokken kunnen naar beneden vallen. Dus , je kan er zowel een open haard van maken of hem gebruiken als houtkachel. Twee roosters laten de lucht binnen en twee roosters bovenaan laten warme lucht circuleren. Het werkt. Maar het is intensief. Jan moet hout zagen op 50 cm ( wordt hier ofwel op 2 meter, ofwel op 1 m geleverd), dat hout met de tractor naar boven brengen, stapelen, 's morgens binnenbrengen....geen sinecure, maar hij doet het ( Jan en de stoof ook uiteraard). We hebben nog een ander kolen-en houtkachel. Ook daar is hout voor nodig en een 'moeder aan de haard' die er op tijd en stond hout opgooit. De stoven branden dus goed, maar vragen veel werk en...produceren heel veel stof. op het einde van de dag zie je op alle meubelen een dun laagje...Pff, vreselijk. Maar Jan is op alles voorzien en dus hebben we veel hout, voor verschillende jaren. Dagelijks is hij daarmee bezig , dat moet gewoonweg, want je kan je niet permitteren van het niet op tijd en stond naar boven te brengen. We denken er aan om een pelletkachel bij te nemen, één die gedurende langer dan één dag zelfstandig kan functionneren. Maar we zijn er nog niet uit. Ondertussen wordt en blijft het HOUT.

zondag 2 december 2012

" De jongens"

Als ik met anderen over " de jongens" spreek , denken ze aan kinderen, schoonzoons, echtgenoten en companen, vrienden en kameraden, maar het komt nooit bij hen op aan 'honden' te denken. Wel, bij ons, ten huize Hellemans-Meunier, zijn "de jongens" de twee honden. Eén Jack Russel die we zo'n 8 jaar hebben. Een hondje dat verschillende nationaliteiten bezit ondertussen, want hij werd geboren in Zeeland bij Ono Tettelaer ( alleen om de naam al wil ik deze ex-collega vernoemen en zijn vrouw Alphonsine ! Onwaarschijnlijk, maar dit geheel terloops) . Dus is het een Hollandse rakker . Dan is hij na zo'n maand of twee verhuisd naar Boechout,België. Om een paar jaar later te emigreren naar Zuid west Frankrijk, en nu een volwaardig Frans staatsburgerhond, geïntegreerd en al , wanr hij loopt zowel everzwijnen als reeën achterna... Van geen kleintje vervaard, geweldig dapper, durft alles, mijn held. De andere is een vijf jaar oude Epargneul Breton. Wreed schoon dier. De liefste hond van de wereld. Zo verwend door zijn "ouders (jawel, wij dus) dat hij in de zetels mag, op de stoel, aan tafel naast ons zit en dat dat heeeeeeel vervelend is als er bezoek komt maar ons absoluut niet stoort als we maar met ons vieren zijn. Toen we hier net kwamen wonen hadden onze buren zo'n hond en ik werd er op slag verliefd op. Een landbouwer in de streek had een nest en vandaar. We zouden hem heel strikt opvoeden. Dat was zeker onze intentie. Maar we zijn heel slecht in opvoeden (van honden voor de duidelijkheid!) , want na 3 weken gehuil en geblaf 's nachts in een bench , heb ik hem volledig hopeloos eruit gelaten, waarna hij zich zuchtend neervleidde op de mat naast mijn bed , denkend ' amai dat heeft lang geduurd!' . Gedaan gehuis, nachtrust eindelijk. Verleden week ging Jan met "de jongens " (dus) wandelen in de vallei en plots schoten ze allebei de gracht in. Grommen en blaffen, en razend zijn en zo. Na een paar seconden kwam Cartouche uit het water en rende aan 100 per uur naar het meer om af te koelen als het ware, van wat hij voor 'monster' hij wel niet gezien had. Ondertussen was Spot nog altijd aan het grommen en blaffen en bijten, zodat Jan echt bang begon te worden van wat er zich in die gracht afspeelde. Gracht, geen grachtje, want de Lupte loopt erdoor heen en dat is toch niet niks... Enfin na een poosje hield Spot het toch maar voor bekeken en kwam hij uit de gracht. Hij doet dat volledig op eigen kracht, wipt elegant uit de beek op het droge , als je dan bedenkt dat hij soms niet op de zetel kan, maar dat je er hem moet inhijsen , want té hoog ....onwaarschijnlijk. Dus , hij komt uit de gracht en Jan blijft nog even staan om te kijken of hij gewond is. Niet dus. Heel verontwaardigd peddelt hij terug naar huis. Tot Jan uit de gracht een jong everzwijn ziet te voorschijn komen. Zo'n zwarte met nog veel bruine tinten.( bruine tinten hé, geen grijze) Hij rent verder en kijkt nog even om, als ware om Jan te verwittigen " Zie dat je je oudste zoon volgende keer in de gaten houdt als ik mijn siësta aan het doen ben"... Cartouche , 4 x groter dan Spot is in de verste verte niet te bekennen. Hetzelfde gebeurt in de zomer. Je hoort gegrom, gebijt, geblaf , je ziet Cartouche helemaal zenuwachtig naar binnen rennen en Spot blijft gevaarlijk lelijk doen buiten: hij heeft een lange veldslang midden door gebeten. Soms brengt hij die dan binnen , als cadeautje, net zoals een poes muizen binnenbrengt als geschenk... Maar er is één iets waar Spot heeeeeeeel bang van is : een geweerschot : dat is erover. Net of hij weet dat als je daardoor geraakt wordt het leven voorgoed voorbij is, daar waar je bij dieren toch een 50/50 kans hebt om te overleven. Cartouche weet zelfs niet waar Spot het over heeft, geen schrik nie van een knal van een tweeloop. Dus samen vormen ze het idelae span. Ze gaan niet mee jagen, want de ene loopt weg en de andere ook maar van het geweerschot. Spijtig hé, het zijn nochtans onze "helden", de jongens...

zaterdag 24 november 2012

Programma

Binnenkort ga ik weer naar België...naar Gustje kijken natuurlijk. Jan heeft een foto van Gustje vergroot en die pronkt nu op mijn bureautje , binnen oogbereik. Ik kijk er dikwijls naar , ik vind dat mijn kleinkind op mij lijkt en terwijl ik dit denk en schrijf moet ik hard lachen. Toen Aude werd geboren had ik niet de indruk dat we op elkaar leken. Nu zeggen de meeste mensen me, als ze een foto van Aude zien of als we samen ergens heengaan " waaw, wat gelijken jullie op elkaar", of nog " jullie kunnen niet wegsteken dat jullie moeder en dochter zijn" , of op de Franse charmante manier " vous êtes soeurs?".... Ik voel me daardoor geflatteerd, want ik vind Aude een mooi kind. Eigen kind, mooiste kind. En nu dus , eigen kleinkind ,mooiste kleinkind. Maar dat ik vind dat die op mij lijkt? En tegelijkertijd vind ik ook dat hij op Stienus lijkt. En vermits Stienus en ik geen familie zijn, kan het toch niet dat hij op ons twee lijkt?.Of wel? Het schattigste vind ik het als Gust lacht. Als ik zijn kuiltjes in zijn wangen zie, net zoals bij zijn mama ( en neen, niet zoals bij zijn Mamie France !). Dat is het leukste. Gustje krijgt sinds kort 'patatjes en worteltjes, of rode biet, of brocoli, of witloof...'. De eerste keer dat hij daarop getracteerd werd , heeft Stienus de beelden vastgelegd op video en dat is echt hilarisch. hij vindt het vreselijk (Gust), trekt verschrikkelijke gezichten. De volgende dag was het al wat beter en deed hij zijn mondje open om 'nog' te krijgen. Hij gaat nu ook drie maal per week naar de pleegmoeder en hij komt er steevast steendood van thuis 's avonds en dan is Aude ongelukkig, droef dat hij niet wakker is en dat ze niet méér van hem kan genieten. Dan maakt ze hem wakker rond 22 uur om hem pap te geven, om hem wakker te zien, maar dan heeft hij weinig honger. Uiteraard ,zei ik tegen Aude, " wat zou jij ervan vinden moest ik je midden in je eerste slaap wakker maken om aardappelen te eten????". Dan moet ze lachen en dan kan ze er weer tegen. Binnenkort ga ik dus weer naar België. En Aude heeft al een volledig wraak-programma voor mij opgesteld : vrijdag op Gust letten, maandag op Gust passen, woensdag samen met Ingrid op Gust passen, donderdag op Gust passen....Hallo! Ik zal even mijn eigen agenda opstellen zie en af en toe eens op Gust passen. Dat zeg ik nu, maar als ik dat ventje dan zie, smelt ik uiteraard. En ik wil hem ook wel eens worteltjes geven...

vrijdag 23 november 2012

La grande famille 100 %

Een paar weken geleden stond ik te strijken terwijl ik naar de radio luisterde. Meestal beluisteren we radio 100% , een lokale zender van de Tarn. Castelnau-Montratier is een grensstadje op de Lot en de Tarn, vandaar dat we beter een zender uit De Tarn ontvangen dan uit de Lot. De omroeper kondigde een kwis aan. Een acteur beschreef een historisch personnage en je moet raden wie bedoeld wordt. Vrij vlug had ik door dat het om Daudet ging, de schrijver van Tartarin de Tarascon. Waarom zou ik niet bellen, dacht ik? Ik had nog nooit meegedaan met een radiokwis,maar er moet voor alles een begin zijn. Dus, ik bel. Geef mijn antwoord telefonisch door . En een vijftal minuten nadien word ik opgebeld door de omroeper, een man met éen van de mooiste,warmste stemmen die ik ooit heb gehoord. Een stem om op slag verliefd op te worden, echt waar. Ik was van slag, niet door het feit dat ik werd gebeld omdat ik het antwoord juist had, maar door die zwoele stem. Soit, de man begint buitengewoon vriendelijk met me te praten. Waar woon ik, hoe oud ben ik, van waar kom ik. Hij moet lachen als ik zeg dat ik het gevoel heb meer te werken nu ik op pensioen ben dan tevoren ...hij maakt er een grapje over en vraagt me of ik kan herhalen wat ik net zei als ik rechtstreeks op antenne kom, want ik heb gewonnen en maak kans op 1000 Euro . Waaow ! Zeker! En daar sta ik dan, helemaal alleen beroemd te zijn voor een paar minuten. Jan is hout aan het hakken beneden, ik bel hem, hij hoort zijn Gsm niet rinkelen. Niemand anders in de buurt die mijn ' moment de gloire' gaat meemaken. Ik voel me belachelijk, helemaal alleen en verlaten op mijn berg. Het moment is aangebroken, het is aan mij, je suis sur antenne . Nu wachten tot het einde van de week ,als ik eventueel zal uitgeloot worden als winnaar met de prijzenpot. Vergeet het echter, ik had niet alle geluk en beleefde geen tweede gloriedag op de radio, ik heb de 1000 Euro spijtig genoeg niet gewonnen. Maar Daudet en Tartarin de Tarascon, neen, nooit gedacht dat die nog eens van pas gingen komen. Wat hield ik toch van de lessen Frans op school, mijn lievelingsvak eigenlijk en mijn eerste beroepskeuze was Romaanse, vlug weggewuifd door mijn ouders omdat 'ik toch niét van plan was les te geven zeker?' Neen, dat was niét mijn bedoeling, ik wou gewoon Frans leren voor het Frans. Deze week las ik nog in een boek over een jong meisje die gek was op wiskunde maar er niet durfde voor uitkomen dat ze gewoon wiskunde wou leren voor de wiskunde, niet om les te geven. Bij mij was het net zo. En waarschijnlijk was ik gek op Frans omdat mijn moeder franstalig was maar ik niet van die tweetalige opvoeding genoot, vermits ik bij mijn grootmoeder opgroeide. En dus deed ik mijn uiterste best in Frans opdat ik geen achterstand zou hebben als ik naar huis ging of als mijn moeder op bezoek kwam. En zo geschiedde, na zes jaar de beste te zijn geweest op school, kreeg ik de prijs van de Lycée Français, een mooie ingebonden reeks boeken van klassieke Franse auteurs. Ik heb ze nooit kunnen wegdoen, te veel herinneringen. Maar ik heb mijn droom vlug opgeborgen en studeerde rechten, zoals mijn moeder vòòr mij, dus er was toch die link. En hoe meer ik graaf in de herinneringen, hoe vaker ik er me op betrap toch een gemis te hebben gehad , het gemis van een onbereikbare moeder. Raar dat je dat nooit op het moment zelf ontdekt of vaststelt, dat er soms jaren moeten overgaan voor je beseft hoe je in elkaar zit. Alphonse Daudet ja en Tartarin de Tarascon. 't Zijn de mannen !

donderdag 22 november 2012

Parijs

Toch telkens weer mooi Parijs, de lichtstad.... Eind november zijn de 'vitrines' van de grote magazijnen de blikvanger. Dit jaar vieren de Galeries Lafayette hun honderste verjaardag ( 't kan meer zijn ook !) , vandaar dat de binnenkoepel volledig gerestaureerd is en de moeite waard om te gaan bekijken. Dus hebben we alle verdiepen gedaan, om van dichter of van verder het glaswerk in art nouveau te bewonderen. De kerstboom stond ook al en dus een fotootje. We logeerden in de 'Marais', éen van onze lievelingsplekken .Place des Vosges, ST Paul, Bastille hebben voor ons nog nauwelijks geheimen. We bezochten de Notre Dame ( steeds en telkens weer), L'institut du Monde Arabe waar Jan in de wolken was van de prachtige tentoonstelling en ik op de bovenverdieping een thé à la menthe gourmande verorberde. Jan nam twee koffies achteraf, die duurder bleken dan mijn dessert.... We bekeken een fototentoonstelling in het Hotel de Ville , Paris vu par le cinéma Américain. Jan ging naar Rafaël in het Louvre en naar de nieuwe vleugel over de Islam kunst. We deden het 'chateau de Cluny', middeleeuwse kunst, met onder andere de tapijten van La dame à la licorne . We zijn gaan eten 'chez Paul', zoals steeds in de Rue Charonne. Maar ook bij de Vietnamees, in een visrestaurant waar ik zo'n schaaldierenplateau liet aansleuren, in de Marais zelf bij één of andere Fransoos, kortom het is niet gisteren dat we zullen vermagerd zijn. Op de grote boulevards, in ST Germain des Prés, op de kaden langs de boekenstalletjes, rue de Rivoli, Quai des Orphèvres, in de metro, uit de metro, rue Puteaux voor de kenners , naar een 'salon du livre', ja ook dat nog. Hoeveel kilometers we dus gestapt hebben weet ik niet, maar op het einde van de dag waren we zooooooooo moe dat we nauwelijks nog iets konden zeggen tegen elkaar, en dat gebeurt niet gauw...meestal hebben we stof op overschot. Dus gingen we rond 21.30h slapen , om uiteraard om 3 uur klaarwakker te zijn en te beginnen lezen. In New York zou je bijvoorbeeld de straat op kunnen en een koffie of zo gaan drinken, wat enigszins anders is in Parijs ( het nachtleven buiten beschouwing gelaten natuurlijk). Kortom, het was weer geweldig. Ik hou van Parijs. Altijd al van gehouden. Eventjes langs Hotel Welcome gegaan , waar ik de eerste keer logeerde met mijn moeder, rue de Seine in het Quartier Latin , zeker 35 jaar geleden en daarna met 'de harde kern' , Philippe en Anneke en Ludo, en Guy en Nicole en Leo en... En al die herinneringen die dan terug bovengehaald worden en zoveel mensen die er al niet meer zijn...of gescheiden zijn, of weg zijn, of of of.... En dan plots je naam in koeien van letters op het 'marché des fleurs' zien staan, tja, een Meunier vind je overal nietwaar

donderdag 15 november 2012

Zou het dan toch het weer zijn?

Nicole's huis in België staat te koop. Ze stuurde me enkele foto's van haar prachtwoonst, heel gezellig, met aparte stulpjes her en der , een heel mooie tuin en nu dus een koper vinden. Toen ik de foto's bekeek van het huis dat ik nog nooit in het echt gezien had vroeg ik me af waarom ze dat allemaal zou willen opzeggen om hier in een (ander) verloren gat te komen wonen, lees oud worden. Na wat heen en weer ge-sms, schreef ze gewoon : "het weer". Toen moest ik zo lachen, want het was deze week al vrij koud geweest 's morgens, met rijm op de autoruiten en je kon best de twee kachels verdragen. Dus antwoordde ik haar :"het kan hier best koud zijn hoor, denk er maar eens goed over na". Nicole begon waarschijnlijk al te twijfelen aan haar plan, ware het niet dat het de dag nadien weer zomer was in Castelnau , 24 graden en een gevoel van in de dertig...Eén kachel hebben we ondertussen weer laten uitdoven, niet uit te houden van de warmte. Willy , Nicole's man stuurde me prompt een mail met een foto van zijn stoof " hier is het ook 25 graden : binnen !". De achterdeur staat inderdaad wijd open ,de warmte van de kachel maakt het onuithoudbaar binnen. Dus, tja, misschien is het hier inderdaad toch gewoon een stuk warmer dan noordwaarts en ben ik het ondertussen al goed gewoon geworden. Deze morgen ben ik naar de kapper in Cahors geweest, gewoon in m'n fleece jas. Niks koud inderdaad. En toch is het de 15e november. Dag van de Dynastie, waarop ons koningspaar gehuld in bonten jassen naar het Te Deum gaat. Of 1 november , waarop ik een keer of drie naar het kerkhof in Aalst moest, met mijn bloemstuk, meme's bloempot en Tante Louise's bloemstukje. Daarna verslag gaan doen van wie er allemaal al geweest was en wat voor bloemen ze gekocht hadden. Jean-Paul en Jozef hingen carrément hun adreskaartje op de pot, zodanig dat er geen misverstand zou kunnen ontstaan over wie wat meegebracht had . Dit ter info voor de suikertante. En koud dat dat was. Ik akn me niet herinneren dat het ooit warm was, laat staan 'zacht' op een 1e november . Bevroren kwam je terug van die kerkhof-gang. Dikwijls in de sneeuw. Meestal 0 graden of eronder en dikwijls serieuze vorst met chrysanten die zwart bevroren waren en dus onbetaalbaar als je nog enkele frisse exemplaren wou. De koffie en de patekes van Tante Louise of van meme maakten veel goed en je was er weer voor een jaar vanaf. Maar toch, ik zag er tegen op. Dus, voor de mensen die rondom mij gestorven zijn, geen graf, maar crematie. Weeral een zorg minder. Mijn zus Anne wil een graf. Ik schaterlach terwijl ik dit neerpen. Uiteraard is dat niet grappig, maar het feite dat ik dat zo duidelijk weet maakt het voor mij hilarisch. Ze wil een plek waar men naartoe kan gaan, omdat ze zo graag een plek gehad had voor mama waar ze dan naartoe had kunnen gaan. En ik kan daar inkomen. Maar voor mij hoeft het niet. Ik denk dat die plek gewoon in mijn hart zit . Dus het weer, tja, dat zal het zijn dat ons Belgen en andere wereldburgers hiernaartoe drijft, het weer...en niks meer niks minder dan het weer, toch ?

zondag 11 november 2012

Oude vrienden,nieuwe vrienden,zomervrienden,wintervrienden

In België had ik ook winter- en zomervrienden, mensen die je meer ziet in de zomer of die je juist knus en gezellig bij de kachel ontvangt in de winter.
Jan T.  is zo'n wintervriend, want tijdens de zomermaanden was hij veel op reis, ver op reis, te ver op reis soms.
Hij schrijft me regelmatig en uit ervaring weet ik dat dat zeldzaam is, een vriend die schrijft. Ik heb redelijk wat vriendinnen die schrijven, maar slechts één vriend die dit pleegt te doen en die op die manier de vriendschap in stand houdt.
Jan T. was ook die vriend die ooit , en dan spreek ik van 33 ( jawel, hoogst symbolisch realiseer ik me nu ) jaar geleden , de hoorn van de telefoon neerlegde en zei: " ik wil je zien, nu, ik heb er genoeg van om enkel je stem aan de telefoon te horen, dagelijks, en niet te weten hoe je eruit ziet".
Ik wist niet waar ik het had. Hij was advokaat en dagelijks bespraken we de lopende dossiers en nieuwe zaken beroepsaansprakelijkheid, en die man kon er niet meer tegen geen gezicht op een stem te kunnen plakken. En zie, het verliep vlotjes. Stilletjes aan hadden we meer contact, we gingen bijna maandelijks samen eten, ook toen ik na 17 jaar vertrok naar een andere maatschappij waar hij niet op de lijsten van advokaten voorkwam. We bleven in contact. Ook met zijn vrouw had ik contact, maar toch respecteerde ze die vriendschap en vervoegde ze ons maar af en toe.
Hij vergat ook geen enkele keer mijn verjaardag, bracht bloemen aan huis, jawel, zelfs eenmaal bracht hij de bloemen op het vliegveld toen ik terug kwam uit Denemarken en hij dacht te laat te zijn met zijn wensen.
Kortom, een ongelooflijk preofessioneel contact dat uitgroeide tot vrienschap. Het gebeurt niet vaak.
En nu schrijven we dus. Jan schrijft onzin, surrealistisch gekribbel waar je niet veel wijzer van wordt, grappen, hij heeft precies al mijn brieven en kaarten en foto's bijgehouden, want regelmatig stuurt hij mij  mijn eigen geschrijf terug, soms daterend van twintig jaar geleden ...
Zo heb ik verschillende kaartjes van hem, ondertekend met 'de wintervrienden'.
Hier hebben we ook wintervrienden, dat zijn zij die 's zomers te druk bezig zijn met hun chambres d'hôtes, met hun gîtes, of die hier enkel zijn in de winter.
Als we elkaar dan terug zien heb ik soms de indruk dat die heel lang op reis zijn geweest, want sommige verhalen ken je niet, en omgekeerd.
En natuurlijk zijn er zomervrienden, zij die hier enkel in juli en augustus zijn en de winter laten voor wat het is in het zuiden, meestal omdat hun huis hier niet voorzien is van de nodige verwarming.
Wij hebben ook geen centrale verwarming, we denken na over de meest ecologische manier van verwarmen, maar we zijn er nog niet uit.
Dus momenteel hebben we een hout-en kolenkachel en een Cantou, grote open haard met système Behrmann, brandt op hout en doet het heel goed.
Enigste vereiste: je moet verdomd gezond zijn om dat hout te verzagen, met de tractor naar boven te brengen en elke morgen binnen te brengen. Bovendien kan je zomaar niet een ganse dag weg van huis, je moet nadenken wanneer en ( vooral) tot wanneer je wegblijft, anders moet je het vuur weer aanmaken en aangezien de muren hier superdik zijn kan het serieus afkoelen binnen.
Maar Jan ( de andere Jan) kan dat allemaal, ik niet, vandaar dat we nadenken om er nog een ander systeem op na te houden, problemen voor later.
We hebben ook winter én zomervrienden, zij die er het ganse jaar door zijn, die steeds beschikbaar zijn en die bijna als het ware deel beginnen uit te maken van je gezin. Als er iets te vieren valt denk je onmiddellijk aan hen en zij aan jou, en dat maakt die vriendschap dan weer boeiend. Vrienden van vroeger in België, die je niet vergeten zijn en die regelmatig bellen of mailen. Of klasgenoten die hier ook wonen, jaja, zelfs dat gebeurt. Of zij die nog verder wonen dan ik . Vrienden die hier vrienden geworden zijn en die we vroeger niet kenden. Vrienden van vrienden die onze vrienden geworden zijn. Vrienden die eerst geen vrienden waren en het nadien werden. Franse vrienden, Vlaamse vrienden, Nederlandse vrienden, Engelse vrienden, jachtvrienden, tekenklasvrienden, verenigingsvrienden, buren-vrienden, zelfs vliegtuigpassagiersvrienden, die je een kaartje sturen na een ganse dag tijdens een luchthavenstaking in Blagnac samen doorgebracht te hebben. En allemaal zijn ze anders . En allemaal maken ze deel uit van onze biotoop hier in het zuiden. Maar het doet altijd plezier als iemand die je vroeger gekend hebt op facebook plots de vraag stelt " vrienden worden?" . Beter zou zijn " terug vrienden worden?" Daarom vind ik facebook zo leuk, Jan zegt het niks. Ik vind het leuk omdat ver weg ook dichtbij is soms. Om elkaar weer te vinden , terug te vinden, op te sporen , samen te lachen , of te wenen, om op de hoogte te blijven van iemand zijn leven. Maar evengoed zegt het je dus niks en stuur je kaartjes , zoals Jan T., de enige onvervalste wintervriend, sinds 33 jaar.